← Terug naar overzicht
2352 views
Van opleiding naar vaste baan bij ING
Het ING-hoofdkantoor in Amsterdam

Van opleiding naar vaste baan bij ING

Vraag een willekeurige IT-manager waar hij wakker van ligt, en de kans is groot dat hij geen techniek noemt. Hij noemt mensen. Of beter gezegd: het gebrek eraan. De vraag naar goede programmeurs is al jaren groter dan het aanbod, en dat merken ook de grootste bedrijven van Nederland. De klassieke aanpak is bekend. Je schrijft een vacature, zet hem online en wacht. Je hoopt op iemand met vijf jaar ervaring, kennis van precies de juiste technieken en een opzegtermijn van hooguit een maand. Soms meldt die persoon zich. Vaker niet. En als hij zich meldt, heeft hij tegelijk drie andere aanbiedingen op zak. Er is ook een andere route. In plaats van te zoeken naar de programmeur die alles al kan, zoek je iemand met talent en motivatie, en leid je hem op tot de specialist die nodig is. Dat kost tijd en aandacht, maar het levert iets op wat een vacature zelden oplevert: iemand die precies past.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Opleiden is een investering waarvan je de uitkomst niet vooraf kent. Niet iedereen die begint, haalt de eindstreep. En een bank zit niet te wachten op iemand die het vak nog moet leren terwijl hij aan de systemen zit. De kunst is dus om iemand zo op te leiden dat hij vanaf de eerste dag van waarde is, en hem daarna zo te begeleiden dat hij blijft groeien. Zo ging het bij ING. Voor de bank is een Java-programmeur opgeleid, vervolgens gedetacheerd en uiteindelijk bij ING zelf in dienst getreden. Drie stappen, één traject. In deze blog lopen we ze een voor een langs, en leggen we uit waarom deze aanpak werkt, voor de klant én voor de programmeur.

Opleiden tot Java-programmeur

Waarom Java? Wie weleens met software in de financiële wereld te maken heeft gehad, kent het antwoord. Java is al tientallen jaren een van de meest gebruikte programmeertalen bij banken en verzekeraars. Het is geen taal voor snelle experimentjes, maar voor grote systemen die jarenlang betrouwbaar moeten draaien en waar veel mensen tegelijk aan werken. Precies wat een bank nodig heeft. Wie zijn salaris ontvangt of met zijn telefoon afrekent, wil niet dat er onderweg een cent zoekraakt. Java leren is daarom meer dan een taal leren. De regels van de taal zelf heb je vrij snel onder de knie. Het echte vak zit in alles eromheen. Hoe bouw je een programma op, zodat een collega het over drie jaar nog begrijpt? Hoe test je je code, zodat je zeker weet dat een wijziging niets anders stukmaakt? Hoe werk je met een database, met versiebeheer, met de kaders en gereedschappen die in het bedrijfsleven de standaard zijn?

Wat leert een Java-programmeur dan concreet? Hij leert objectgeoriënteerd programmeren, de manier van denken waarop Java is gebouwd. Hij leert werken met gegevens: hoe je ze opslaat, opvraagt en beschermt. Hij leert hoe systemen met elkaar praten, want in een bank staat geen enkel programma op zichzelf. En hij leert netjes werken. Code die werkt maar die niemand kan lezen, is in een grote organisatie een probleem dat alleen nog niet is ontdekt. Een goede opleiding begint dan ook bij de basis en bouwt stap voor stap op. Eerst leren denken als een programmeur: een groot probleem opdelen in kleine, oplosbare stukken. Dan de taal. Dan de gereedschappen. En daarna vooral veel doen. Programmeren leer je niet uit een boek, net zo min als je uit een boek leert fietsen. Je leert het door te bouwen, vast te lopen, de fout te zoeken en het de volgende keer beter te doen.

Minstens zo belangrijk is wat er niet in de boeken staat. In een groot bedrijf werkt een programmeur nooit alleen. Hij werkt in een team, met vaste afspraken over hoe code wordt geschreven, nagekeken en opgeleverd. Zijn werk wordt door collega's beoordeeld, en hij beoordeelt het hunne. Hij moet kunnen uitleggen wat hij heeft gemaakt en waarom, ook aan mensen die geen programmeur zijn. Wie dat tijdens de opleiding al oefent, hoeft het bij de klant niet meer te leren. Opleiden met een concrete bestemming heeft daarbij een groot voordeel. Je leidt niet op voor de arbeidsmarkt in het algemeen, maar voor een omgeving waarvan je weet wat er gevraagd wordt. De lesstof sluit aan op de praktijk, en de programmeur weet waar hij het voor doet. Dat motiveert, en motivatie is bij leren de helft van het werk.

Detachering bij ING

Na de opleiding volgt de stap naar de praktijk. En die stap is groter dan hij lijkt. In een oefenproject mag alles stuk. Bij een bank niet. Daar draaien systemen waar miljoenen klanten elke dag op vertrouwen, en daar gelden strenge regels voor wie wat mag aanpassen en hoe dat wordt gecontroleerd. Detachering is voor die overgang een prettige vorm. De programmeur is in dienst bij de detacheerder, maar werkt bij de klant. Hij zit in het team, draait mee in de overleggen en werkt aan dezelfde systemen als zijn collega's. Voor de buitenwereld is hij gewoon een van hen. Belangrijk is wel dat de plek klopt. Een beginnende programmeur gedijt in een team waar ruimte is voor vragen en waar ervaren collega's bereid zijn mee te kijken. Zet je dezelfde persoon in een team dat verdrinkt in het werk en waar niemand tijd heeft, dan leert hij vooral hoe het niet moet. Bij een goede detachering wordt daarom vooraf niet alleen gekeken naar wat de klant nodig heeft, maar ook naar wat de programmeur nodig heeft om te groeien. Dat gesprek voer je aan het begin, niet als het al schuurt.

Voor de klant heeft detachering duidelijke voordelen. Er komt direct capaciteit bij, zonder een lange wervingsprocedure. Het risico is beperkt: klikt het niet, dan zit de klant er niet aan vast. En het geeft de tijd om iemand echt te leren kennen. Een sollicitatiegesprek duurt een uur. Een detachering duurt maanden. In die maanden zie je hoe iemand werkt als de druk oploopt, hoe hij omgaat met kritiek en of hij vragen durft te stellen. Dat zijn dingen die geen cv je vertelt. Voor de programmeur is het de beste leerschool die er bestaat. De eerste weken zijn vooral luisteren en lezen. Een bank heeft een enorme hoeveelheid bestaande code, en voordat je daar iets aan toevoegt, moet je begrijpen hoe het in elkaar zit. Daarna komen de eerste kleine taken. Een fout herstellen, een test schrijven, een kleine uitbreiding bouwen. Stap voor stap worden de opdrachten groter, en groeit het vertrouwen aan beide kanten.

Ook de cultuur van een grote organisatie is iets om aan te wennen. Bij een bank zijn er procedures voor zaken waar je bij een klein bedrijf gewoon even voor langsloopt. Toegang aanvragen, wijzigingen laten goedkeuren, vastleggen wat je hebt gedaan. Voor een beginner voelt dat soms traag. Tot hij begrijpt waarom het zo gaat: omdat een fout hier geen klein ongemak is, maar iets wat klanten direct in hun portemonnee kunnen voelen. Wie dat eenmaal snapt, gaat de regels zien als vangnet in plaats van als hindernis. Tegelijk staat de programmeur er niet alleen voor. Dat is het verschil tussen detacheren en iemand over de schutting gooien. Er is iemand om op terug te vallen, om mee te sparren als iets niet lukt en om af en toe te vragen hoe het werkelijk gaat. Juist voor iemand die net begint is die steun veel waard. En de detacheerder? Die ziet in de praktijk of de opleiding klopte. Elke vraag waar de programmeur bij de klant tegenaan loopt, is een les voor een volgende keer.

In dienst bij de klant

Het mooiste compliment bij detachering is een klant die zegt: deze willen we houden. Dat gebeurde hier. De programmeur trad in dienst bij ING. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd. Je leidt iemand op, begeleidt hem bij zijn eerste stappen, en dan vertrekt hij naar de klant. Is dat geen verlies? Wij zien het andersom. Het is het bewijs dat het traject heeft gewerkt. De opleiding sloot aan, de programmeur paste in het team en de klant was zo tevreden dat hij er een vaste collega van wilde maken. Beter kan een traject niet aflopen. Voor ING is de winst helder. De bank heeft er een programmeur bij die de systemen al kent, die het team al kent en die niet meer ingewerkt hoeft te worden. Wie weleens een nieuwe collega heeft ingewerkt, weet hoeveel maanden dat scheelt.

Voor de programmeur is het een carrièrestap waar veel mensen van dromen: in één traject van opleiding naar een vaste baan bij een van de grootste banken van het land. Wat kunnen andere bedrijven hiervan leren? Vooral dat het loont om anders naar een vacature te kijken. Wie alleen zoekt naar mensen die alles al kunnen, vist in een kleine vijver waar iedereen in vist. Wie bereid is te investeren in mensen die het kunnen leren, heeft ineens veel meer keus. Het vraagt wel geduld. Een opgeleide programmeur is er niet morgen. Maar een vacature die een half jaar openstaat levert ook niets op. Het vraagt ook om een goede selectie aan het begin. Niet iedereen wordt een goede programmeur, en dat heeft weinig met diploma's te maken. Het gaat om nieuwsgierigheid, om doorzettingsvermogen en om plezier in puzzelen. Wie dat heeft, kan de rest leren. Er zit nog een kant aan dit verhaal. Wie zelf mensen opleidt, vergroot de vijver in plaats van eruit te vissen. Elke programmeur die op deze manier het vak in komt, is er een die er anders niet was geweest. In een markt waar bedrijven elkaars mensen wegkopen en daarmee vooral de salarissen opdrijven, is dat de enige aanpak waar iedereen beter van wordt.

Zoek je versterking voor je ontwikkelteam en lukt het niet via de gebruikelijke weg? Of wil je weten wat opleiden en detacheren voor jouw organisatie kan betekenen? Neem contact op met Basecode. We denken graag mee.

Bespreek uw project met BaseCode

Vertel kort waar u tegenaan loopt, dan denken wij vrijblijvend met u mee.